In de kijker: Dieter Limbourg

04 feb 2021

Tweemaandelijks laten we je kennismaken met iemand die verbonden is aan het orkest, voor of achter de schermen. Ditmaal is dat Dieter Limbourg (altsaxofoon, sopraansaxofoon, klarinet, dwarsfluit).

Hoe lang maak je al deel uit van BJO?

Ik speel bij BJO sinds 1999 toen Fabrice Alleman het orkest heeft verlaten. Er stond toen een concert op de agenda met o.a. de Far East Suite van Ellington op Jazz Middelheim, waar nogal veel klarinetwerk in is. Aangezien Fabrice klarinet speelde, zochten ze een vervanger die ook klarinet speelde. Ik herinner me dat ik toen mijn klarinet van onder het stof heb gehaald en als een gek ben beginnen studeren (lacht).

Wat doe/speel je in het orkest?

Ik speel de 2e altsax, sopraansax, fluit en klarinet in de band en ik arrangeer en componeer ook regelmatig voor de band. Dat is een andere passie van mij, die ik eigenlijk al had van toen ik met muziek begonnen ben. Het voordeel is dat je voor BJO weinig schrijfbeperkingen hebt, ze spelen gewoon alles wat je schrijft. Het nadeel is dat – als het niet goed klinkt – het niet aan de band ligt maar aan jezelf. Heel leerrijk.

Wat doe je nog naast BJO?

Ik ben als muzikant/arrangeur ook nog betrokken bij een aantal andere projecten zoals Otomachine, een Belgische funk bigband onder leiding van Frank Deruytter, en ik speel met eigen bands (kwartet of kwintet of sextet) waar ik ook voor schrijf en daar speel ik meestal tenorsaxofoon. Ik ben ook sporadisch actief als studiomuzikant in het popmilieu of voor gelegenheidsprojecten zoals de Jonas Van Geel/Peter van den Begin Big Band.

Daarnaast geef ik ook les aan de Kunsthumaniora Brussel, waar ik mij ontferm over de lessen jazzsaxofoon, jazzharmonie en arrangement.

 

"Het voordeel is dat je voor BJO weinig schrijfbeperkingen hebt, ze spelen gewoon alles wat je schrijft. Het nadeel is dat - als het niet goed klinkt - het niet aan de band ligt maar aan jezelf. Heel leerrijk." - Dieter Limbourg.

 

Naar welk project kijk/keek je het meest uit en waarom?

Elk project is een nieuwe uitdaging met zijn eigen mogelijkheden, moeilijkheden en opportuniteiten. Ik kijk meestal uit naar het eerstvolgende dat in mijn agenda staat, en dat is op dit ogenblik de repetities met Kommil Foo en het BJO, waarvoor ikzelf en collega Lode Mertens de arrangementen hebben geschreven. Altijd spannend om te zien of alles werkt en overeind blijft. De breekbare en ontroerende songs van Kommil Foo laten rijmen met de energie en de veelheid aan kleuren van een jazzorkest is een interessante oefening!

Door Covid 19 is de concertagenda natuurlijk stilgevallen, maar aan projecten geen gebrek, er staan er nog héél wat op stapel: het bovengenoemde project met Kommil Foo, een plaat met muziek van Serge Gainsbourg samen met de Franse zangeres Camille Bertault, mijn eigen project Two Places met DJ Grazzhoppa, rapper Zediam en zangeres Monique Harcum, waarvan de release gepland is op 5 februari. Er is ook nog een project met de uit Irak afkomstige qanun-speler Osama Abdulrasol, wat denk ik een hele uitdaging wordt voor het orkest. En er komt nog meer!

Wat is je leukste BJO-herinnering?

Dat zijn er natuurlijk een hoop na meer dan twintig jaar, maar dingen die ik me direct voor de geest haal zijn de samenwerkingen met Kenny Werner en Maria Schneider. Van recentere datum natuurlijk het concert met Wynton Marsalis en het Jazz at Lincoln Center Orchestra, maar er zijn erg veel fantastische momenten geweest. Ook de diverse projecten samen met Bert Joris staan altijd garant voor bijzondere momenten die iedereen in het orkest koestert. Een persoonlijke herinnering die me altijd zal bijblijven is de samenwerking met saxofonist Bob Mintzer. De warme persoonlijkheid van deze erg bescheiden en tegelijkertijd onzettend getalenteerde man: heel bijzonder.

Naar welke CD/Spotify-track/radiohit heb je laatst geluisterd?

Ik luister de laatste tijd naar heel diverse muziekjes. Meestal zijn dat niet de laatste radiohits, de hitparade volg ik niet echt op de voet. Dat gaat dan van oudere opnames van bijvoorbeeld Maurane (“HLM”, samen met Charles Loos en Steve Houben), een onwaarschijnlijk getalenteerde dame van bij ons die ons veel te vroeg heeft verlaten. Of de symfonische muziek van de Engelse componist Frank Bridge met zijn typisch Engelse harmonische kleuren. De muziek van Vaughan Williams of de filmische en fascinerende muziek van de Japanse componist Toru Takemitsu. Maar ook de laatste plaat van pianist Fred Hersch. Onlangs heb ik enkele soloplaten herondekt van Clare Fisher, “Alone Together” en “Just Me”: een feest van goede smaak en harmonische finesse….

Hoe ga je als muzikant om met deze ongewone tijden (ten gevolge va COVID-19)?

Het is voor mij een tijd van nadenken wat je wil gaan doen. Gelukkig is het voor mij persoonlijk geen periode van grote frustratie, maar een moment om stil te staan bij dingen waar je in normale tijden te weinig aan toe komt. Ik heb nu ook wat meer tijd om te schrijven, te luisteren en te studeren. Maar hoewel studeren en muziek luisteren en schrijven super zijn, blijft het belangrijkste natuurlijk spelen. Muziek bestaat niet enkel op papier. Voor heel veel mensen zijn dit echt barre tijden, niet enkel financieel maar ook mentaal. Het contact en de energie die je terugkrijgt van het publiek waarvoor je speelt kan je moeilijk vervangen door livestreamconcerten en opnames. Die zijn natuurlijk wel belangrijk, al was het maar om als muzikant “in vorm” te blijven, maar muziek is geen eenrichtingsverkeer: de wisselwerking tussen performer en luisteraar is moeilijk om te zetten in een digitale vorm zonder fysiek contact. En dan spreken we nog niet eens over de sociale functie die echte concerten natuurlijk ook hebben. Hoop doet leven, maar het heeft nu wel langzamerhand lang genoeg geduurd.