pers
brusselsjazzorchestra.com
Persquotes 'Changing Faces'
Klik hier
Persquotes 'Dangerous Liaison'
Klik hier
Persquotes 'Countermove'
Klik hier
Persquotes 'Meeting Colours'
Klik hier
Persquotes 'Naked in the Cosmos'
Klik hier
Persquotes 'The Music of Bert Joris'
Klik hier Persquotes - concerten
Klik hier
09/02/09
Onlangs verscheen in de pers dat BJO opnieuw naar de Raad van State trekt mbt de beslissingen genomen in de subsidieronde 2003 – 2006.
Om één en ander bijkomend te duiden
-de synthesedrift van de pers laat immers weinig nuancering toe-
wil de Raad van Bestuur van vzw Brussels Jazz Orchestra de volledige versie en analyse van de feiten ter informatie meedelen.
BJO opnieuw naar Raad van State tegen arbitraire en
ongegronde verdeling van Vlaamse muzieksubsidies
"Vlaamse regering volhardt in de boosheid"
Het Brussels Jazz Orchestra (BJO) bestrijdt voor de Raad van State een nieuw besluit van de Vlaamse regering over de subsidiëring van het BJO en andere muziekensembles.
Het bestreden besluit van 7 november vorig jaar, volgde op de vernietiging door de Raad van State in mei 2008 van een besluit van de Vlaamse regering uit 2002 over de verdeling van Vlaamse muzieksubsidies. Die vernietiging gebeurde op vraag van het BJO dat zich genoodzaakt ziet opnieuw naar de Raad van State te trekken.
"De Vlaamse regering volhardt blijkbaar in de boosheid. Want in het nieuwe besluit van 7 november 2008, wijzigt de Vlaamse overheid niets aan de motivering van de destijds toegekende subsidiebedragen. Meer nog, kennelijk in strijd met het arrest van de Raad van State werkt ze precies de ongeldig verklaarde berekeningsmethode nog verder uit en
gebruikt ze vervolgens de aldus verfijnde maar ongeldige berekeningsmethode om opnieuw tot eenzelfde verdeling van de subsidies aan BJO en alle andere muziekensembles te beslissen. Volstrekt onbegrijpelijk en onaanvaardbaar hoe de Vlaamse overheid op deze wijze een arrest van de Raad van State volkomen miskent en
dus arbitrair en willekeurig subsidies lijkt te verdelen, te meer daar die
berekeningsmethode op zich bovendien voor zeer veel kritiek vatbaar is", zegt Peter Luypaers, voorzitter van het BJO
Waarover gaat het en wat is de historiek van het dossier? Op 30 augustus 2001 diende het BJO een aanvraag in om als professioneel muziekensemble erkend en gesubsidieerd te worden op grond van het Vlaams Muziekdecreet (uit '98). BJO vraagt voor de werkingsjaren 2002-2006 een gemiddelde jaarlijkse subsidie van 377.655 euro.
Op 29 maart 2002 ontvangt het BJO de definitieve adviezen van de
beoordelingscommissie Muziek, die een subsidiebedrag voor het BJO van 272.682 euro adviseert, en van de administratie Cultuur die 184.052 euro adviseert.
Op 28 juni 2002 keurt de Vlaamse regering een besluit goed over de structurele subsidiëring van erkende muziekensembles, concertorganisaties, muziekclubs en festivals voor de periode 2003-2006. Daarin staat dat het BJO een jaarlijkse werkingssubsidie van minstens 180.000 euro krijgt.
BJO stapt naar de Raad van State. Het lage subsidiebedrag is volgens BJO onterecht. Het is vooral de motivering, of het gebrek eraan, dat zwaar doorweegt om deze stap te zetten. “Transparantie bij het toekennen van subsidies is immers een noodzakelijke
voorwaarde voor zowel het BJO als andere ensembles om naar behoorlijk bestuur een gedegen en professioneel beleid te kunnen voeren”, aldus Peter Luypaers, voorzitter van het BJO.
Op 22 mei 2008 vernietigde de Raad van State het besluit van de Vlaamse
regering van 28 juni 2002. De weigering om aan het BJO een hoger subsidiebedrag toe te kennen wordt ook vernietigd.
Als reactie neemt de Vlaamse regering op 7 november 2008 een nieuw besluit. Daarin herneemt ze gewoonweg de subsidiebedragen die al in 2002 werden toegekend. "De Vlaamse regering miskent manifest het eerdere arrest van de Raad van State. De motivering voor de herneming van de eerder vernietigde subsidieverdeling is absoluut ongeldig", zegt de raad van bestuur van het BJO.
Waarom is het nieuwe besluit van Vlaamse regering ongeldig?
- de Vlaamse regering gebruikt in het nieuwe besluit van november 2008 een berekeningsmethode aan de hand van aanvullende criteria die niet in het Muziekdecreet worden vermeld, noch aan de muziekensembles voorafgaand werden meegedeeld. Nochtans stelt het decreet dat de berekeningsmethode op 3 mei 2001 vóór het indienen van de aanvragen aan de ensembles moest bekend gemaakt worden .
- In haar arrest van 22 mei stelde de Raad van State trouwens dat 'als er voor het bepalen van de subsidiebedragen al een berekeningsmethode bestond' de Vlaamse overheid 'erkent dat die slechts een intern en officieus karakter had'. Ook het Rekenhof heeft in dezelfde zin als de Raad van State trouwens al geoordeeld 'dat de minister achteraf geen bijkomende beoordelingscriteria mocht bepalen.'
- Nog erger: in de plaats van de verworpen berekeningsmethode NIET meer aan te wenden, werkt de Vlaamse regering deze berekeningsmethode in haar nieuwe besluit nog verder uit, om ze vervolgens opnieuw aan te wenden en tot eenzelfde verdeling
van de subsidies te beslissen. Dit is een manifeste miskenning door de Vlaamse overheid van het gezag van het gewijsde van het vernietigingsarrest van de Raad van State. Bovendien is de aldus “verfijnde” berekeningsmethode op haar beurt voor zeer veel
kritiek vatbaar. In een bisnota die voorafgaat aan het nieuwe besluit van 7 november 2008 somt de Vlaamse overheid ter argumentatie een hele reeks parameters op voor de gebruikte berekeningsmethode: aantal musici, aantal concerten, aantal diensten, toewijzing aantal personeelsleden omkadering, berekening kosten. Maar los van de
pertinentie van deze parameters, en voor zover BJO kan becijferen, zijn de genoemde parameters bovendien niet consequent gebruikt of toegepast. Vervolgens wordt als voorbeeld en referentie-ensemble het ensemble Allegoria aangewend, dat in geen enkel opzicht naar alle redelijkheid en behoorlijk bestuur als referentie-ensemble kan worden
aanvaard.
- Het BJO tast dus nog altijd in het duister waarom door de Vlaamse regering uiteindelijk slechts ('minstens') 180.000 euro werd toegekend
- Als één van de 'nieuwe' aanvullende criteria voor de lagere subsidiëring voert de overheid aan dat er onregelmatigheden met de boekhouding van BJO zouden zijn geweest, alsook onduidelijkheden rond de naleving van de CAO Muziek. Volgens BJO is dit een drogreden en bovendien een 'verkapte sanctie'. Het is een drogreden omdat reeds in 2001, dus vóór er een beslissing viel over de subsidiëring (in 2002), het BJO al tegemoetgekomen is aan de opmerkingen terzake -waarbij“opmerkingen” wel heel iets anders is dan het volkomen onterecht gebruikte woordje “onregelmatigheden”. Trouwens, in haar oorspronkelijk advies heeft de Administratie Cultuur deze opmerkingen inzake de boekhouding weliswaar aangekaart, maar heeft deze terecht als niet pertinent beschouwd en een positieve eindbeoordeling afgeleverd! Nu hiermee - als vijgen na Pasen - komen aandraven komt dan ook over als een “verkapte sanctie” die door de Vlaamse overheid volkomen onterecht zou worden toegepast en waarin BJO zelfs niet eens is gehoord.
Besluit
De raad van bestuur van het BJO besluit: "De miskenning door de Vlaamse overheid van het gezag van het gewijsde van het tussengekomen arrest van de Raad van State en de diverse schendingen van de grondwet, wetten en decreten evenals van het beginsel van
behoorlijk bestuur, die allen machtsoverschrijding uitmaken, leiden tot de conclusie dat de nieuwe subsidiebeslissing opnieuw arbitrair en willekeurig is getroffen."
De Raad van Bestuur ziet zich dan ook genoodzaakt voor de tweede maal op te komen voor een deugdelijke motivering van de verdeling van de subsidiepot evenals voor een daarmee samenhangende deugdelijke verdeling ervan, die aanleiding moet geven tot een rechtvaardige honorering.
"We verzoeken de Raad van State andermaal om de omstreden beslissing van de Vlaamse regering van 7 november 2008 te schorsen en uiteindelijk te vernietigen.
Intussen heeft de Vlaamse overheid al zeven jaren verloren om rechtsherstel te verlenen, ondanks de duidelijk uitspraken van Rekenhof en Raad van State." De raad van bestuur betreurt dat de bevoegde minister tot op heden heeft nagelaten positief gevolg te geven aan de diverse pogingen van BJO om deze aangelegenheid op een probleemoplossende wijze aan te pakken. BJO blijft bereid in te gaan op ieder constructief overleg.
BJO beklemtoont daarbij dat deze juridische stap tegelijkertijd het belang van de hele artistieke sector in Vlaanderen dient. Immers, hoe kunnen ensembles die voor het grootste stuk vitaal afhankelijk zijn van overheidssubsidies, aan enig behoorlijk en toekomstgericht beleid doen wanneer ze gegijzeld worden door de onzekerheid van precies die subsidieverdeling waarvan iedere transparantie zoek is?
Voorafgaand inzicht in de aangewende parameters en dus in de motivering van deze subsidieverdeling is dan ook een absolute noodzaak om met het vereiste vertrouwen en met de vereiste zorgvuldigheid aan een toekomstgericht beleid te doen, ook op het niveau van de betrokken ensembles zelf!
|